page contents

ADI van Zoetstoffen

Het NKD heeft bij het Voedingscentrum een vraag uitgezet over de ADI van zoetstoffen. Hierop is het volgende antwoord gekomen:

In limonadesiropen en zuiveldranken light of zonder suiker, zitten vaak de intensieve zoetstoffen sucralose, sacharinen, acesulfaam-K, steviolglycosiden, of combinaties hiervan.

In andere lightproducten zitten naast intensieve zoetstoffen ook wel polyolen, zoals erytritol en isomalt. Van de polyolen erytritol en isomalt is geen ADI vastgesteld. Van polyolen is wel bekend dat ze bij hoge inname voor winderigheid en diarree kunnen zorgen. De opname van polyolen in de dunne darm is gering. In de dikke darm worden ze omgezet door bacteriën, waarbij verschillende gassen ontstaan. Ook trekken ze water aan. Bij hoge inname kan dit leiden tot winderigheid en diarree. De één is hier gevoeliger voor dan de ander. Op levensmiddelen die meer dan 10% toegevoegde polyolen bevatten staat op het etiket dan ook de waarschuwing: ”overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben”.

 

 

De ADI’s van een aantal intensieve zoetstoffen is als volgt:

  • Sucralose (E 955): 15 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag;
  • Sacharinen (E 954): 5 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag;
  • Acesulfaam-K (E 950): 15 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag;
  • Steviolglycosiden (E 960): 4 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag.

 

Hieronder een voorbeeld van een berekening om wat beeld te geven hoe snel een kind met het drinken van limonade of zuiveldranken met zoetstoffen boven een ADI uitkomt.

  • De ADI van sucralose (E 955) is 15 milligram per kilogram lichaamsgewicht [1].
  • Stel een kind weegt 14 kilogram, dan kan het kind 15 x 14 = maximaal 210 milligram sucralose binnenkrijgen per dag. Voor een kind van 20 kilogram is dat 15 x 20 = 300 milligram sucralose per dag.
  • In Europese wetgeving is vastgelegd hoeveel sucralose in verschillende producten mag zitten, zodat bij mensen met een normaal eetpatroon geen overschrijdingen van de ADI plaatsvinden.
  • In zuiveldranken mag maximaal 400 milligram sucralose per liter gebruikt worden.[2] Dat is niet per sé ook de hoeveelheid die gebruikt wórdt, maar deze hoeveelheid kán er dus maximaal inzitten.
  • In frisdranken, inclusief limonadesiroop, mag maximaal 300 milligram sucralose per liter gebruikt worden.[2] Ook dit is dus niet per sé ook de hoeveelheid die gebruikt wórdt, maar deze hoeveelheid kán er dus maximaal inzitten.
  • Een kind van 14 kilogram moet om via zuiveldranken meer dan 210 milligram sucralose binnen te krijgen, meer dan 525 ml zuiveldranken drinken per dag.
  • Een kind van 20 kilogram moet om via zuiveldranken meer dan 300 milligram sucralose binnen te krijgen, meer dan 750 ml zuiveldranken drinken per dag.
  • Een kind van 14 kilogram moet om via limonadesiroop meer dan 210 milligram sucralose binnen te krijgen, meer dan 700 ml limonade drinken per dag.
  • Een kind van 20 kilogram moet om via limonadesiroop meer dan 300 milligram sucralose binnen te krijgen, meer dan 1000 ml limonade drinken per dag.

 

Bronnen van de informatie:

[1] EFSA, Safety of the proposed extension of use of sucralose (E 955) in foods for special medical purposes in young children, 2015
[2] Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven

 

Conclusie

Er moeten dus echt grote hoeveelheden geconsumeerd worden om boven de ADI uit te komen. Daarnaast wordt er hierbij dus ook vanuit gegaan dat de maximale hoeveelheid die gebruikt mág worden, er ook in zit, wat waarschijnlijk niet het geval is.

Naast bovenstaande berekening heeft Kenniscentrum Zoetstoffen nog een zogenaamde ‘zoetstoffencheck’ op de website staan, wat ook nog verder inzicht kan geven.

Verder zit er overigens ook een grote veiligheidsmarge op de ADI. Dit betekent dat als iemand een keer deze norm overschrijdt, dit niet meteen betekent dat er ook een risico voor de gezondheid is. Bovendien is de ADI de hoeveelheid die iemand elke dag zijn héle leven binnen zou kunnen krijgen zonder dat negatieve effecten voor de gezondheid te verwachten zijn. 

 

Tot slot:

Zoetstoffen zitten vaak in producten die niet in de Schijf van Vijf staan. Voor producten buiten de Schijf van Vijf is het advies van het Voedingscentrum: niet te veel en niet te vaak. Producten met zoetstoffen kunnen een goed alternatief zijn voor suikerhoudende producten, bijvoorbeeld als iemand op calorieën of de bloedsuikerspiegel wilt letten. Sommige mensen willen zoetstoffen of andere E-nummers toch liever vermijden. Vanuit gezondheidsoogpunt is het niet nodig zoetstoffen te vermijden, want producten met E-nummers kun je veilig eten, maar er is ook niets op tegen.